Rob Fransman 

 
Profiel van een schlemiel

De doos met draadjes was net een echte bom. Reden genoeg om groot alarm te slaan in de omgeving van kosjer restaurant HaCarmel op de Amstelveenseweg. Het zoveelste incident, na ingeslagen ruiten, een “verwarde” Syriër die de boel kort en klein wilde slaan en zo langzamerhand ontelbare andere risjes. Een kosjer restaurant exploiteren en de Israëlische vlag ophangen blijkt niet te kunnen in Amsterdam. Sami Baron doet het toch en blijft koppig open. “Mij maken ze niet bang”, zegt hij op de website van het Cidi. Kol ha kawod Sami, je verdient respect.

Ik kom regelmatig langs HaCarmel en kijk altijd even naar binnen in de hoop dat er mensen zitten. Ik voel me soms een beetje schuldig omdat ik er zelf nog nooit gegeten heb. Gisteren volgde ik live op televisie de gebeurtenissen. Veel was er niet te zien. Er werd voornamelijk gewacht op de mannen die het ding onschadelijk moesten maken. Politieagenten liepen zenuwachtig telefonerend heen en weer. Toen de explosieven-opruimingsdienst arriveerde hadden ze een robot bij zich. De robot op rupsbanden zag er uit zoals een kind die tekent. Even later kwam er een marsman in beeld die iets aan het ding in het portiek deed. Wat hij uitvoerde was niet te zien omdat een vuilnisbak het uitzicht van de AT5-camera belemmerde. Een paar uur later was het voorbij. Loos alarm! De buren mochten weer naar hun woning en het verkeer mocht er door.


Ik filosofeerde over de dader.


Stel je heet Lesley, Johny of Kevin. Je VMBO heb je niet afgemaakt. Je zit thuis met een uitkering, je hebt weinig omhanden en het is onduidelijk wat je met de rest van je leven aanmoet, Eén ding is wel duidelijk: je hebt een hekel aan Joden, een bloedhekel zelfs. Je kent er weliswaar niet een persoonlijk maar je haat ze desalniettemin. Op Facebook en Twitter kom je graag. Niet onder eigen naam natuurlijk, je kijkt wel uit. Anoniem zit je achter je toetsenbord lekker op Joden te schelden. Maar dat is niet genoeg. Je wilt meer! Dan heb je een geniaal idee! Een nepbom bij dat restaurant met die vlag, dat zal die Joden leren. Je maakt een doosje waar een paar draden uitsteken en dat leg je in het portiek. Je voelt je prettig. ‘Ik ben een held,’ denk je vergenoegd. Jammer dat je het niet op Facebook kunt zetten.


of:


Stel je heet Mohammed, Hussein of Achmed. Je hebt je VMBO afgemaakt maar je krijgt nergens een stageplaats. Heel erg je best doe je daar niet voor, het gaat toch prima zo? Het is leuk om samen met je broeders een beetje te chillen in de shisha lounge. Je geld verdien je door op je scooter regelmatig een pakketje weg te brengen. Een duidelijk toekomstbeeld heb je niet maar één ding ding is zeker. Alles wat fout gaat komt door de  Joden. Je haat ze, die kkjoden met hun land en die vlag van ze. Je kent weliswaar geen Jood maar dat hoeft ook niet. Het is voldoende om te weten dat de Joden de Palestijnen onderdrukken en hun land hebben afgenomen. Je kent ook geen Palestijn maar het zijn je broeders! Daarom knutsel je een doos die op een bom lijkt in elkaar en die leg je bij dat restaurant met die kkvlag. Je voelt je helemaal fijn. ‘Ik ben een held,’ denk je vergenoegd. ‘Volgende keer maak ik een echte bom.’


De halve stad ontregeld, buren uit hun huis de kou in, Joden voor de zoveelste keer gemaltraiteerd. Alles bij elkaar kostte die nepbom de stad heel veel geld. De politie zal onderzoek doen naar de schlemiel die dat heeft veroorzaakt. Maar personeelsgebrek in een stad waar de misdaad sowieso hoogtij viert maakt dat zeer onzeker.

Gisteravond reed ik over de Amstelveense weg langs HaCarmel. Het leek er drukker dan anders. “Goed zo!’ dacht ik. En beloofde mezelf er nu eens te gaan eten.

16/01/2020


Zo maar het een en ander

Hypocrysie

De Nederlandse media rouwden om de door een Amerikaanse raket gedode generaal-moordenaar Soleimani. De kranten stonden vol met huilartikelen over de inslechte Amerikaanse president. Als de derde wereldoorlog uitbreekt is het de schuld van Trump. Op enige sympathie voor de duizenden slachtoffers van het Iraanse regime heb ik de media zelden kunnen betrappen. Toen de redacties eenmaal doorhadden dat hun lofzang op die schurk door de gemiddelde consument van pers en telvisie niet werd gepruimd kwamen er aarzelend wat genuanceerdere reacties. Columniste Nausica Marbe rekende in het NIW meesterlijk af met de links-vaderlandse hypocrisie in pers en op TV. Voor wie haar stuk heeft gemist: lees het hier.


De generaal

Een paar dagen later schoten de Iraniërs een vliegtuig uit de lucht. Natuurlijk ontkenden ze het eerst. “Motorstoring,” was het verhaal. Toen dat echt niet meer ging werd het alsnog toegegeven. ‘Een menselijk foutje,’ zeiden de ayatollahs. De verantwoordelijke generaal riep dat hij liever dood was. Dat moest hij roepen van zijn bazen, hun schuld was het echt niet. Ik hoop hetzelfde als die generaal van het Iraanse leger. Dat hij spoedig dood mag zijn en dat hij zijn bazen mee de weg uitneemt.


Lekker belangrijk in Nederland

De gedode Soleimani was nieuws, het neergeschoten vliegtuig was veel tragischer nieuws maar de de media gaven toch het meeste ruimte aan onze eigen oorlog. Jazeker, Nederland heeft haar eigen strijd, de talkshow-oorlog! Eva Jinek bij de commerciële RTL bracht zo’n een schok te weeg dat de beleidsmakers van de niet-commerciële omroep wel met een meesterlijk antwoord moesten komen. Dat kwam er, dat kun je aan die jongens en meisjes van de Vara enzo overlaten. Iedere avond een ander team babbelaars op het scherm zou die verdomde Jinek even een poepie laten ruiken. Zowel bij RTL als bij de publieken werden de redacties waarschijnlijk niet gewijzigd. In ieder geval niet merkbaar, want dezelfde stomvervelende koppen die de Nederlandse televisie slaapverwekkend maken zaten nu ook weer aan tafel. Ik zapte twee keer tussen Jinek en Op1. Ik weet niet meer op welk net ik Peter R. de Vries tegenkwam en op welk net Frans Bauer. Wat ik wel weet dat ik nooit meer zal kijken.



De Directeur

Weet u de naam van de directeur van de Belastingdienst? Nee natuurlijk niet, die weet niemand. Maar nu wel, het is Jaap Uijlenbroek. Nu iedereen zijn naam weet is hij ontslagen, dat is toch zielig. Toch heeft die man veel talent. Of niet soms? Het is nog al wat om het voor elkaar te krijgen dat drie onderministers af moeten treden door de chaos bij de dienst waar je verantwoordelijk voor bent. Om maar niet te spreken dat je echt talent moet hebben om de levens van duizenden gezinnen voor jaren te verpesten. Maar het grootste talent van meneer Uijlenbroek is dat hij alweer een nieuwe topbaan heeft geregeld. De gezinnen die belazerd zijn door de belastingdienst wachten nog op een matige genoegdoening maar meneer heeft de zorgplicht voor zichzelf goed geregeld. Noem dat maar geen talent. Hoewel, er zou wel eens een kinkje in de kabel kunnen komen…

13/01/2020


Briefje

Wij vinden communicatie normaal. De computer die wij ons mobieltje noemen kan letterlijk alles. Ook opbellen, hoewel die functie steeds onbelangrijker wordt. Waarom zou je praten als je kunt appen, niet waar? Althans, zo denkt de volgende generatie en zeker de generatie van onze kleinkinderen. ‘Opbellen, geluid maken, de ander dwingen om te antwoorden, is niet meer van deze tijd,’ zeggen ze. Ze hebben gelijk hoor, maar zelf vind ik een telefoontje wel zo handig. Een afspraak of iets ingewikkelds regelen met vrienden of kinderen? ‘Ik bel je wel even,’ zeg ik dan. Vinden mijn kinderen goed. Maar ik hoor ze zuchten. Lastig!!!


Hoe anders was het ooit. Tot ver in de zestiger jaren moest je bij de juiste PTT-ambtenaar bidden en smeken om een aansluiting te krijgen. En dan kon je kiezen tussen een zwart of een wit draaischijftoestel. Enkele gelukkigen hadden soms wel twee telefoons! Dan moest zo’n familie wel heel welvarend zijn. Bij de oom en tante waar ik een tijdje woonde deden we het met één, een vooroorlogs zwart onding dat in de gang aan de muur hing. Kon iedereen lekker meeluister als je je eerste meisje belde. Maar er was tenminste een telefoon. Ik had zat vrienden zonder.


Voor 1940 hadden gewone mensen zelden een telefoon. Toen mijn vader in 1925 carrière maakte was hij de eerste in de familie die zich een telefoon veroorloofde. Hij was de enige, wat hij er precies mee deed is me niet duidelijk. Communicatie ging per briefje, dat had iets moois. Een voor mij belangrijk briefje is bewaard gebleven. Het is geschreven in 1921, bijna 100 jaar geleden. Eigenlijk zou ik dit verhaaltje volgend jaar moeten schrijven. Maar nu ik eenmaal begonnen ben…




Dat P.S. is zo prachtig. “Duidt het niet ten kwade..”


14 februari was op een zondag. Ies was ruim op tijd met zijn invitatie. Wat zal hij die 2 dagen zenuwachtig zijn geweest. Ik stel me voor dat het die woensdag ijskoud was en dat hij al een half uur van te voren op die tramhalte stond te rillen. Zou ze komen? Jennie kwam, in 1923 zijn Ies en Jenny getrouwd. Dat had nog best wat voeten in de aarde want er was standverschil. Ies kwam uit een arbeidersgezin uit de Lepelstraat, een straatje net achter theater Carré. Jennie heette in werkelijkheid Rachel. Als kind had ze al laten weten voortaan als Jennie door het leven te gaan. Ze was  de dochter van Levie van Zweden uit de deftige Plantagebuurt. Het paar verhuisde naar een mooi huis vlak bij het strand in Scheveningen. Daar werd in 1927 mijn broer Lou geboren. Daar bleef het bij tot juni 1940. Toen kwam ik. Het was een beetje onhandige tijd om geboren te worden.


De Ramp in 1943 maakte dat ik Ies en Jennie nooit heb gekend. Toch praat ik in gedachten vaak even met hen. Die tramhalte op het Weesperplein is er nog steeds, ik kom er vaak langs. Vandaag ook. Vandaar dit verhaal.




07/01/2020



Ian is de weg kwijt

Historicus Ian Buruma is een geleerde en een  groot schrijver. Iedereen kent hem of - dat is iets anders - hoort hem te kennen. Of iedereen ook zijn boeken heeft gelezen is de vraag. Zelf heb ik wel eens wat van Buruma gelezen maar eerlijk gezegd kan ik me niet meer herinneren wat precies. Eén boek van Buruma staat in mijn boekenkast. Dat is  1945 Biografie van een Jaar. Het gaat over de onmiddellijke nasleep van de oorlog, in Europa, Amerika, Azië en de Sovjet-Unie. Het is een meesterlijk boek. Misschien vind ik dat vooral omdat ik als jongetje van vijf jaar een stukje van die tijd heb meegemaakt. Hoe dan ook, ik verslond het.


Van de week publiceerde Buruma een stuk in de NRC waar ik moeite mee heb. Maar wie ben ik om kritiek te hebben op zo’n groot schrijver? Ik doe het toch, tenslotte schrijft Buruma over mij. Dat wil zeggen, natuurijk niet over mij persoonlijk maar over zaken die me na aan het hart liggen. Joden, Israel en antisemitisme. En ausgerechnet in de NRC (waar anders?), over het gegeven dat kritiek op Israel nog geen antisemitisme is. Uiteraard is dat een open deur. Nergens is zo veel kritiek op Israel als in Israel zelf. Met reden!

Dat het artikel tegen president Trump geschreven is zal me een zorg zijn, dat is nu eenmaal mode in Nederland. Ik heb niks met Trump, met zijn hartstochtelijke supporters nog minder.  Waar het me om gaat is Buruma’s kritiek op zijn wijze beslissing om subsidie af te nemen van universiteiten waar niets tegen antisemitisme wordt gedaan.  Wat is daar in hemelsnaam op tegen? Weet Buruma dan niet dat Joodse studenten op Amerikaanse universiteiten hun leven niet zeker zijn? Dat Israëlische gastdocenten het lesgeven onmogelijk wordt gemaakt en dat zelfs uitgesproken Netanyahu-kritische Israëlische kunstenaars geboycot worden?


‘Ja maar,’ zegt Buruma (quote), ‘sommigen vinden dat Joden geen recht hebben op hun eigen land. Misschien.’ (unquote) Dat misschien, dat doet het hem. Dat is - excusez mon French - gelul. Wie het bestaansrecht van de staat Israel ontkent is een antisemiet. Punt. Uit. Buruma zegt meer: “Maar niet alle Joden vereenzelvigen zich met Israël. Sommigen hebben er zelfs een uitgesproken hekel aan.” Welja, de Joden die een hekel aan Israel hebben zijn de Satmer Charedim. Die laten zich ook graag fotograferen naast de Iraanse ayatollahs. Je zou ook kunnen zeggen dat sommige Joden lid waren van de NSB.

En dan filosofeert Buruma uitgebreid over de vraag Mi Yehudi, Wie is Jood? Die vraag is zo oud als het Jodendom zelf, daar wordt nu al ruim 3000 jaar zonder resultaat over gefilosofeerd. De professor heeft het over de halacha, de Joodse moeder, de Joodse vader, het liberale Jodendom en (hoe haal je het in je hoofd) hij haalt de Neurenberger Wetten erbij. Hij komt er niet uit. Kunsjt, hij zou de eerste zijn die er wel uitkwam. 


“Extreem antizionisme is een plaag maar dergelijke opinies moeten worden geduld, zolang zij niet gepaard gaan met geweld,’ schrijft Buruma. Vrijheid van meningsuiting voor alles. Natuurlijk, dat is ook zo. Maar helaas gaat hij voorbij aan het feit dat extreem antizionisme altijd leidt tot geweld. Juist in de laatste maand overstromen de media van nieuws over grof geweld tegen Joden. Antisemitisme is weer heel gewoon. Maar Buruma vindt kritiek op Trump belangrijker.

03/01/2020



November 2019 - December 2019


De Appel valt...


                                                                                                                                                                                                                                                                                        






           
           


In 2011, vrij kort na het Demjanjuk-proces maakte regisseur Rinske Bosch in opdracht van de Joodse Omroep een serie films over hoe opvolgende generaties in Joodse gezinnen met elkaar leven. Een van de zes films ging over mijn dochter Vivian, mijn kleindochter Noa en mezelf. Al eerder maakte de Wereldomroep een film van de reis die Noa en ik maakten naar Polen, op zoek naar de sporen van Demjanjuk. Van die film is op Youtube een stukje van drie minuten te zien. Maar tot mijn verwondering en vreugde staat de Appel valt, de familie Fransman nog onverkort op internet.

De familie Fransman gemist? Start met kijken op NPO Start