Rob Fransman 

 

Leve het salafisme

I
k had nooit gedacht dat het verhoor van imam Suhayb Salam door de kamercommissie zulke fascinerende televisie zou opleveren. De welbespraakte imam zette de kamerleden volledig te kakken. Hoe schandalig ook, ik moest er toch om lachen. Het was cabaret van het zuiverste water als het niet zo huiveringwekkend zou zijn. Zo denkt een gedeelte van de Nederlandse moslims dus over de samenleving. Brrr. Het is geen nieuws, sommige politici (niet van mijn voorkeur, maar dat terzijde) waarschuwen al jaren voor het opkomend islam-fascisme. Commentatoren vielen over elkaar heen om hun afschuw uit te spreken over de wonderlijk goed gebekte imam. Behalve de aan de Vara gelieerde website joop.nl waar ene Han van der Horst overloopt van bewondering voor Salam. Hij noemt de kamerleden “een stelletje zelfingenomen leeghoofden.” De club heeft vaker vreemde voorkeuren en geeft antisemieten ook graag ruimte. Zie dit inmiddels toch maar verwijderde maar door het onvolprezen Geenstijl bewaarde artikel: De politiek van Israel wekt antisemitisme in de hand.pdf


Het gaat dus allemaal over de financiering van salafistische moskeeën. Zoals de Al Fitrah moskee in Utrecht. Bouwvergunning verleend en in 2012 feestelijk geopend. Niemand die zich afvroeg hoe dat dure gebouw gefinancierd was. Pas nu toonden ook andere kamerleden dan Wilders en Baudet zich bezorgd over het salafisme. “Die giften uit Kuweit en Saoedi-Arabië, hoe zit dat eigenlijk?” Een telefoontje naar de belastingdienst zou voldoende moeten zijn. Maar de belastingdienst had het veel te druk met toeslagen enzo. “Zoek het zelf maar uit,” zeiden ze daar. En dat deed de kamer dus. Met een heuse enquêtecommissie, acht jaar later. Te laat. 


Wanneer ik in mijn bescheiden woning een synagoge wil beginnen (ha, het idee!) interesseert dat niemand. Maar wanneer ik  besluit om voor de LJG een goed geoutilleerde nieuwe sjoel te bouwen met een bibliotheek, leslokalen, ontspanningszaal, kortom met alles erop en eraan, komt de fiscus
toch even langs. ”Prachtig gebouw hoor, meneer Fransman, maar eh…waar heeft u dat nou van betaald?” Mijn antwoord is iets van oude sok, spaarcentjes, mazzel in voetbaltoto en regelmatig casino-bezoek. Dat leverde precies genoeg op om de sjoel neer te zetten. “Ten goede van de Joodse Gemeenschap,” zeg ik erbij in de hoop dat de heren van de belastingdienst mij willen geloven. Vergeefse hoop, de FIOD komt en pluist mijn boekhouding tot in de finesses uit. “Waar komt dat geld vandaan?” Als ik niet antwoord wordt er beslag gelegd op mijn mooie gebouw. Ik beland in de bajes en pas daar valt me in dat ik had moeten zeggen dat sjeiks in Kuweit mijn synagoge hebben gefinancierd.


Enfin, de imam heeft de kamerleden ernstig geschoffeerd en de zaak zal wel een staartje krijgen. In de krant staat dat er onderzocht wordt of er meineed is gepleegd toen de imam zei dat hij geen boekhouding meer heeft. Overigens heeft de fiscus nu eindelijk wel beslag gelegd op het gebouw. Enfin, een dure advocaat, ook door een olieland gefinancierd, zal hem wel vrijpleiten. Maar Salam zei nog iets, over kinderhuwelijken. Letterlijk: “een vader mag zijn dochter weggeven en daar heeft niemand iets mee te maken.” Toen hij dat zei dacht ik met mijn boerenverstand dat als die dochter minderjarig is, het kindermisbruik is. En als ze meerderjarig is heet dat prostitutie. Als de imam dat faciliteert is hij hartstikke strafbaar. Toch? IJdele hoop, zojuist hoor ik op de radio dat onze regering salafisme niet wenst te verbieden. Vrijheid van godsdienst, weet u wel.

21/02/20


Ongemakkelijk (2)

Na de eerste uitzending van het Israël van Heertje en Bromet schreef ik een nogal kritisch stukje. Ongemakkelijk heette dat en dat beschreef precies wat ik ervan vond. Maar in dat stuk citeerde ik een zin van Raoul verkeerd en dat liet hij me weten. Hij had gelijk, mijn citaat was fout. Ik mailde hem mijn excuses en daarop volgde een aardige mail wisseling tussen Raoul en mezelf. Desondanks bleef ik sceptisch over de benadering van Heertje en Bromet maar ik besloot me van commentaar te onthouden tot ik de hele serie had gezien had. Vooral omdat Raoul me verzekerde dat (quote): “Frans houdt, net als ik, ontstellend veel van Israël en voelt zich in alle opzichten bijzonder betrokken bij haar inwoners en haar bestaan.”


Inmiddels heb ik alle acht afleveringen gezien. Niet altijd voor mijn genoegen. Vaak keek ik met gekromde tenen en vloekte tegen mijn televisie. Als beide heren dan Israël zo hartstochtelijk liefhebben, waarom wordt dan steeds de nadruk gelegd op alles wat negatief is in dat land. En waarom is er niet of nauwelijks iets te zien van wat er wel positief is? In al die uren televisie was weinig positief. Zo weinig dat ik me afvroeg of de serie gefinancierd werd door EAJG of het The Rights Forum van Van Agt. Ik weet dat dat niet zo is. De serie is gemaakt in opdracht van de NTR. Nu heb ik de NTR zelden op liefde voor het land Israël kunnen betrappen. Even ter verduidelijking: de beelden zijn niet gemanipuleerd. Bromet filmde hele nare en hele rare mensen in Israël. Die zijn er zat. Net zoals dat er in Nederland, de USA en pakweg Zimbabwe hele nare en rare mensen zijn. Maar die mensen zijn niet bepalend voor de bevolking van hun land. Waarom werd dan in de serie net gedaan of dat wel zo was?

(lees verder)

17/02/20


Door en door racistisch

Ineens is het mode om de Nederlandse taal op te schonen. Zo verdwijnt bij de Hema de moorkop. Dat wil zeggen dat de benaming voor dit dik makende gebakje verdwijnt. Het ding zelf blijft gewoon te koop onder een andere naam. Terecht, ze zijn lekker. Op twitter verschenen al snel grappen over zigeunersaus en jodenkoeken. Hema bedrijft symboolpolitiek, de discussie over racisme is hypocriet. Want Nederland is helaas een racistisch land. Ik betwijfel of andere landen beter zijn maar daar gaat het niet om. Tenslotte leef ik hier.


Lezers van dit blog kennen antisemitisme maar al te goed. Dat tegenwoordig als
antizionisme vermomde gif is nooit ver weg. Soms is het niet eens vermomd. Ook in Nederland worden Joodse graven besmeurd. Op Twitter toonde het Cidi vandaag een filmpje waar een vrolijke man uit Gorcum zijn spijt betuigt dat de teringjood die naast hem woont de trein naar Auschwitz heeft gemist. Tja.....

Minstens zo erg is het dat de plaatselijke politie weigert om een aangifte op te nemen. Ze hebben het kennelijk te druk met aangiftes tegen Wilders en Boudet.

En nu verspreidt het in China begonnen Corona virus zich over de wereld. Heel gevaarlijk natuurlijk maar nog veel gevaarlijk is de ziekte die er in Nederland mee gepaard gaat. Racisme is die ziekte. Mensen met een Aziatisch uiterlijk hebben ineens geen leven meer. Eerlijk gezegd maak ik me minder zorgen om het virus dan over het racisme dat het met zich meebrengt.


Op Radio 10, een muziekstation gericht op geestelijk wat minder ontwikkelden, zong diskjockey Lex Gaarthuis een smerig anti-chinees lied. Na ophef maakte het radiostation excuses. Daar zijn we heel goed in. Ondertussen is het wel lekker even gezegd.

Op Geenstijl was een filmpje waar (nota bene!) een gekleurde jongen een man van zijn fiets trapt. De jongen lacht zich rot. Tegen zijn bijrijder zegt hij zich geen zorgen te maken: ‘het is maar een Chinees’. De schoft postte het zelf op Facebook.

Bij de talkshow van Mathijs van Nieuwkerk vertelden mensen met een Aziatisch uiterlijk hoe ze op het werk worden gediscrimineerd. Ze worden godbetert op straat uitgescholden vanwege wat er op 9000 kilometer afstand in China gebeurt. Ineens spelen kinderen op school niet meer met Chinese kinderen: “want dan maak je me ziek.” Dat weten die kinderen niet vanzelf, dat horen ze van hun ouders.

In Rotterdam zijn gisteren twee Chinese meisjes vanwege Corona mishandeld door straatschorem. En in Wageningen op een campus waar veel Chinezen studeren op de Landbouwuniversiteit, is de lift met poep en pies besmeurd. ’Sterf Chinezen,’ stond er. Er lag een verscheurde Chinese vlag bij.

Wat zijn we toch een beschaafd volkje.


Gelukkig is er ook iets positiefs te melden. Aziatische mensen hebben een petitie online gezet. We zijn geen Virussen. Die petitie is al vele keren online  ondertekend. Ook door mij. Ondertekent u hem ook even. Misschien help het niet. Maar toch, kleine moeite, grote steun.

10/02/2020



Mooie boeken

Vorig jaar las ik De Rechtvaardigen, geschreven  door Jan Brokken. Ik had nog nooit van de schrijver gehoord, dit was het eerste boek dat ik van hem las. Raar natuurlijk, het zegt meer over mijn slechte belezenheid. dan over Jan Brokken, een gevierd auteur waar sinds 1975 maar liefst 31 boeken van zijn uitgegeven. Voor alles is een eerste keer en ik genoot van het boek. De rechtvaardigen is het verhaal over Jan Zwartendijk, de directeur van de Philips-vestiging in Litouwen die ook de  Nederlandse consul was. Samen met de Japanse diplomaat Chiune Sugihara vond hij een manier om meer dan vijfduizend Joden het leven te redden. Dat ging met handgeschreven visa en was uitermate ingewikkeld. Zwartendijk gebruikte officieel briefpapier en stempels. Maar de Japanse consul penseelde visum na visum onder enorme tijdsdruk. Wat de mannen presteerden was overweldigend.

De reis werd officieel gepland naar Curacao omdat dat landje zo’n beetje de enige plek was waar Joden nog heen konden. Over zee ging niet, over land wel. Per trein via Siberië naar China en dan naar Japan. Of er ooit een boot van Japan naar Curacao zou vertrekken was natuurijk de vraag. Niet dat dat belangrijk was want de meesten bereikten Japan noch Curacao. Een groot gedeelte van de gevluchte Joden bleef de rest van WO2 in Shanghai. Het is een meeslepend verhaal over twee moedige mannen die alles hebben gegeven om mensen te redden. Een wonderlijk detail is dat ze elkaar nooit hebben gesproken. Hoewel ze nauw samenwerkten hadden ze uitsluitend telefonisch contact terwijl hun kantoren toch vlak bij elkaar waren. Beiden mannen ontvingen postuum een Jad Vasjem onderscheiding.

De Rechtvaardigingen had zoveel losgemaakt dat ik meer van Brokken wilde lezen. Zo kwam ik op het alweer 10 jaar geleden verschenen Baltische Zielen. In dit boek vertelt de schrijver over de Baltische staten Litouwen, Estland en Letland en hun eeuwenoude geschiedenis. Hij beschrijft de levens van 28 mensen die min of meer gezichtsbepalend waren voor die drie landen. De Baltische staten zijn tot aan het ineenstorten van het Sovjetimperium altijd bezet geweest. Dan weer waren zij deel van Rusland, dan weer waren ze Duits of Pools. Het is opvallend hoeveel verhalen gaan over Joodse inwoners van die staten. Over hoe geliefd de Joden waren maar ook hoe gehaat. Het antisemitisme was - en is - nooit ver weg in die ijzig koude streken aan de Oostzee. Gelukkig eindigen lang niet alle verhalen negatief. Brokken beschrijft hoe Joodse intellectuelen verbonden waren aan de Bund, vermoedelijk de eerste vakbond ter wereld. Veel Joden waren betrokken bij  de opstand tegen de tsaar en de Russische revolutie. Maar ook heel veel Joden waren fel tegen het communisme. Zoveel talent kwam voort uit die drie minilandjes! Om maar wat te noemen: de violist Gideon Kremer kwam uit Riga. Net als de schilder Marco Rothkhovitz die zich in Amerika Mark Rothko noemde. Ook de wereldberoemde filmer Sergei Eisenstein (van die trappen in Odessa) werd geboren in Riga. Brokken vertelt over hen en hun familie, hoe ontwikkelden ze zich tot de persoonlijkheden die ze waren en waarom. Wat was hun milieu, hoe woonden ze en - helaas - hoe overleefden ze al dan niet de Sjoa?

Warm aanbevolen, deze prachtige boeken. Ik neem me voor om meer van Jan Brokken te gaan lezen. 04/02/2020


In de woestijn

Vorig jaar schreef ik iets over de door het Joods Nationaal Fonds in Rotterdam georganiseerde Israel Experience. De avond maakte me zeer enthousiast over de bijdrage van het JNF aan een project in de Arava-woestijn. Ooit zullen tienduizenden mensen gaan wonen in dit woeste en kurkdroge gebied. Voorlopig is dat nog een droom. Verdeeld over 7 dorpjes wonen slechts 4000 mensen in de Arava, De bewoners van de Westbank worden door de westerse pers kolonisten genoemd. Onterecht, de meesten hebben gewoon een baan in Israel en maken gebruik van de hypermoderne Israëlische infrastructuur. De bewoners van de Arava zijn de echte kolonisten. Deze pioniers verbouwen zelf hun eten, hun water pompen ze van anderhalve kilometer onder het aardoppervlak en hun energie komt van de zon. Veel Israëli’s kennen het gebied nauwelijks. De meesten hebben wel een deel van hun militaire opleiding in de Negev of de Arava gekregen maar daarna komen ze er niet meer. Te ver, te droog, te weinig te doen. 

Maar de avond in Rotterdam maakte dat ik vast van plan was om als de gelegenheid zich voordeed, zelf eens te gaan kijken. Vorige week waren we in Israel en was het zover. Van Tel Aviv reden we naar het Zuiden. Er was heel veel verkeer maar voorbij Ashkelon werd het steeds rustiger. Nog een stuk verder bij Beersheva begint de Negev. Kaal en onherbergzaam maar er zijn toch nog steden en dorpjes. Bij de wereldberoemde krater van Mitspe Ramon staat een heel luxueus hotel. Pas daarna begint de Arava. Is de Negev droog, de Arava is droger. Nog onherbergzamer, nog ontoegankelijker en nog mooier. Zo ziet de maan er uit, denk je of misschien nog wel een veel verdere planeet. Als je op de hoofdweg naar Eilat blijft zie je links de Jordaanse grens en rechts hier en daar de contouren van wat misschien een oase in de verte is, het vermoeden van een dorp. Meestal rijd je er snel voorbij, op weg naar de luxe van Eilat. Dat is een verkeerde beslissing. Als je wel afwijkt van de route zie je groene oases, uitgestrekte landerijen, eindeloze rijen dadelpalmen, een landbouwgebied waarvan weinig mensen het bestaan weten maar waar 50% van de Israëlische landbouw vandaan komt. Hoe kan het bestaan op die troosteloze woestijngrond? 




(lees verder)


Mitswe

We zijn een paar dagen in Tel Aviv. We wonen in hotel Saul, een betaalbaar en prettig boutiquehotel aan de Tchernikovkistraat. Saul Tchernikovski was een dichter/schrijver waar ik nooit iets van heb gelezen en waar ik zelfs op Google niets vind. Toch is er in ieder Israëlisch stadje wel een straat naar hem genoemd. Zo gek is dat niet. Weet u wie Tweede van Swinden was? (Grapje van Gerard van het Reve)

Ons straatje is heel stil maar het is vlak bij het drukste punt van oud Tel Aviv, op de kruising van Allenby en de Carmelmarkt. Daar komt een ouderwetse sjnorrer ons tegemoet. Vlak voor onze neus houdt hij ietwat dwingend zijn hand op. “Ten li masjehoe le Sjabbbat,” zegt hij. Geef me wat voor de Sjabbbat! Kennelijk houdt hij ons voor Tel Avivians. We negeren hem, je kunt aan de gang blijven. Maar even later zien we hem weer. Hij komt de winkel binnen waar we wat rondkijken. De nog jonge man, orthodox maar niet armoedig gekleed, negeert nu ons. Hij loopt rechtstreeks naar de eigenaresse. Er ontspint zich het volgende gesprekje:

‘Kun je iets missen voor de Sjabbbat?’

‘Nee’

‘Waarom niet?’

‘Daarom niet!’

‘Maar het is voor de heilige Sjabbbat!’

‘Oi?! Het is pas maandag!’

‘Nou dan niet!’

Bokkig verlaat hij de winkel en moppert in zijn baard maar hard genoeg opdat iedereen het hoort: ‘Gierige Joden!’

De winkelierster vertelt ons lachend dat de man iedere dag komt maar hardleers is. Alleen op vrijdagmorgen krijgt hij wat geld. Dat weet hij best maar hij blijft het steeds weer proberen.

De volgende dag komen we hem op Allenby weer tegen. Nu geef ik hem wel een paar shekel. Een bedankje kan er niet af. Terecht! Hij heeft immers recht op dat geld! Hij doet mij een plezier, tsedaka (liefdadigheid) is een mitswe (religieuze plicht) voor de gever. Zo is dat!

22/01/2020


Profiel van een schlemiel

De doos met draadjes was net een echte bom. Reden genoeg om groot alarm te slaan in de omgeving van kosjer restaurant HaCarmel op de Amstelveenseweg. Het zoveelste incident, na ingeslagen ruiten, een “verwarde” Syriër die de boel kort en klein wilde slaan en zo langzamerhand ontelbare andere risjes. Een kosjer restaurant exploiteren en de Israëlische vlag ophangen blijkt niet te kunnen in Amsterdam. Sami Baron doet het toch en blijft koppig open. “Mij maken ze niet bang”, zegt hij op de website van het Cidi. Kol ha kawod Sami, je verdient respect.

Ik kom regelmatig langs HaCarmel en kijk altijd even naar binnen in de hoop dat er mensen zitten. Ik voel me soms een beetje schuldig omdat ik er zelf nog nooit gegeten heb. Gisteren volgde ik live op televisie de gebeurtenissen. Veel was er niet te zien. Er werd voornamelijk gewacht op de mannen die het ding onschadelijk moesten maken. Politieagenten liepen zenuwachtig telefonerend heen en weer. Toen de explosieven-opruimingsdienst arriveerde hadden ze een robot bij zich. De robot op rupsbanden zag er uit zoals een kind die tekent. Even later kwam er een marsman in beeld die iets aan het ding in het portiek deed. Wat hij uitvoerde was niet te zien omdat een vuilnisbak het uitzicht van de AT5-camera belemmerde. Een paar uur later was het voorbij. Loos alarm! De buren mochten weer naar hun woning en het verkeer mocht er door.

Ik filosofeerde over de dader.

Stel je heet Lesley, Johny of Kevin. Je VMBO heb je niet afgemaakt. Je zit thuis met een uitkering, je hebt weinig omhanden en het is onduidelijk wat je met de rest van je leven aanmoet, Eén ding is wel duidelijk: je hebt een hekel aan Joden, een bloedhekel zelfs. Je kent er weliswaar niet een persoonlijk maar je haat ze desalniettemin. Op Facebook en Twitter kom je graag. Niet onder eigen naam natuurlijk, je kijkt wel uit. Anoniem zit je achter je toetsenbord lekker op Joden te schelden. Maar dat is niet genoeg. Je wilt meer! Dan heb je een geniaal idee! Een nepbom bij dat restaurant met die vlag, dat zal die Joden leren. Je maakt een doosje waar een paar draden uitsteken en dat leg je in het portiek. Je voelt je prettig. ‘Ik ben een held,’ denk je vergenoegd. Jammer dat je het niet op Facebook kunt zetten.

of:

Stel je heet Mohammed, Hussein of Achmed. Je hebt je VMBO afgemaakt maar je krijgt nergens een stageplaats. Heel erg je best doe je daar niet voor, het gaat toch prima zo? Het is leuk om samen met je broeders een beetje te chillen in de shisha lounge. Je geld verdien je door op je scooter regelmatig een pakketje weg te brengen. Een duidelijk toekomstbeeld heb je niet maar één ding ding is zeker. Alles wat fout gaat komt door de  Joden. Je haat ze, die kkjoden met hun land en die vlag van ze. Je kent weliswaar geen Jood maar dat hoeft ook niet. Het is voldoende om te weten dat de Joden de Palestijnen onderdrukken en hun land hebben afgenomen. Je kent ook geen Palestijn maar het zijn je broeders! Daarom knutsel je een doos die op een bom lijkt in elkaar en die leg je bij dat restaurant met die kkvlag. Je voelt je helemaal fijn. ‘Ik ben een held,’ denk je vergenoegd. ‘Volgende keer maak ik een echte bom.’

De halve stad ontregeld, buren uit hun huis de kou in, Joden voor de zoveelste keer gemaltraiteerd. Alles bij elkaar kostte die nepbom de stad heel veel geld. De politie zal onderzoek doen naar de schlemiel die dat heeft veroorzaakt. Maar personeelsgebrek in een stad waar de misdaad sowieso hoogtij viert maakt dat zeer onzeker.

Gisteravond reed ik over de Amstelveense weg langs HaCarmel. Het leek er drukker dan anders. “Goed zo!’ dacht ik. En beloofde mezelf er nu eens te gaan eten.

16/01/2020


Zo maar het een en ander

Hypocrysie

De Nederlandse media rouwden om de door een Amerikaanse raket gedode generaal-moordenaar Soleimani. De kranten stonden vol met huilartikelen over de inslechte Amerikaanse president. Als de derde wereldoorlog uitbreekt is het de schuld van Trump. Op enige sympathie voor de duizenden slachtoffers van het Iraanse regime heb ik de media zelden kunnen betrappen. Toen de redacties eenmaal doorhadden dat hun lofzang op die schurk door de gemiddelde consument van pers en telvisie niet werd gepruimd kwamen er aarzelend wat genuanceerdere reacties. Columniste Nausica Marbe rekende in het NIW meesterlijk af met de links-vaderlandse hypocrisie in pers en op TV. Voor wie haar stuk heeft gemist: lees het hier.

De generaal

Een paar dagen later schoten de Iraniërs een vliegtuig uit de lucht. Natuurlijk ontkenden ze het eerst. “Motorstoring,” was het verhaal. Toen dat echt niet meer ging werd het alsnog toegegeven. ‘Een menselijk foutje,’ zeiden de ayatollahs. De verantwoordelijke generaal riep dat hij liever dood was. Dat moest hij roepen van zijn bazen, hun schuld was het echt niet. Ik hoop hetzelfde als die generaal van het Iraanse leger. Dat hij spoedig dood mag zijn en dat hij zijn bazen mee de weg uitneemt.

Lekker belangrijk in Nederland

De gedode Soleimani was nieuws, het neergeschoten vliegtuig was veel tragischer nieuws maar de de media gaven toch het meeste ruimte aan onze eigen oorlog. Jazeker, Nederland heeft haar eigen strijd, de talkshow-oorlog! Eva Jinek bij de commerciële RTL bracht zo’n een schok te weeg dat de beleidsmakers van de niet-commerciële omroep wel met een meesterlijk antwoord moesten komen. Dat kwam er, dat kun je aan die jongens en meisjes van de Vara enzo overlaten. Iedere avond een ander team babbelaars op het scherm zou die verdomde Jinek even een poepie laten ruiken. Zowel bij RTL als bij de publieken werden de redacties waarschijnlijk niet gewijzigd. In ieder geval niet merkbaar, want dezelfde stomvervelende koppen die de Nederlandse televisie slaapverwekkend maken zaten nu ook weer aan tafel. Ik zapte twee keer tussen Jinek en Op1. Ik weet niet meer op welk net ik Peter R. de Vries tegenkwam en op welk net Frans Bauer. Wat ik wel weet dat ik nooit meer zal kijken.


De Directeur

Weet u de naam van de directeur van de Belastingdienst? Nee natuurlijk niet, die weet niemand. Maar nu wel, het is Jaap Uijlenbroek. Nu iedereen zijn naam weet is hij ontslagen, dat is toch zielig. Toch heeft die man veel talent. Of niet soms? Het is nog al wat om het voor elkaar te krijgen dat drie onderministers af moeten treden door de chaos bij de dienst waar je verantwoordelijk voor bent. Om maar niet te spreken dat je echt talent moet hebben om de levens van duizenden gezinnen voor jaren te verpesten. Maar het grootste talent van meneer Uijlenbroek is dat hij alweer een nieuwe topbaan heeft geregeld. De gezinnen die belazerd zijn door de belastingdienst wachten nog op een matige genoegdoening maar meneer heeft de zorgplicht voor zichzelf goed geregeld. Noem dat maar geen talent. Hoewel, er zou wel eens een kinkje in de kabel kunnen komen…

13/01/2020


Briefje

Wij vinden communicatie normaal. De computer die wij ons mobieltje noemen kan letterlijk alles. Ook opbellen, hoewel die functie steeds onbelangrijker wordt. Waarom zou je praten als je kunt appen, niet waar? Althans, zo denkt de volgende generatie en zeker de generatie van onze kleinkinderen. ‘Opbellen, geluid maken, de ander dwingen om te antwoorden, is niet meer van deze tijd,’ zeggen ze. Ze hebben gelijk hoor, maar zelf vind ik een telefoontje wel zo handig. Een afspraak of iets ingewikkelds regelen met vrienden of kinderen? ‘Ik bel je wel even,’ zeg ik dan. Vinden mijn kinderen goed. Maar ik hoor ze zuchten. Lastig!!!

Hoe anders was het ooit. Tot ver in de zestiger jaren moest je bij de juiste PTT-ambtenaar bidden en smeken om een aansluiting te krijgen. En dan kon je kiezen tussen een zwart of een wit draaischijftoestel. Enkele gelukkigen hadden soms wel twee telefoons! Dan moest zo’n familie wel heel welvarend zijn. Bij de oom en tante waar ik een tijdje woonde deden we het met één, een vooroorlogs zwart onding dat in de gang aan de muur hing. Kon iedereen lekker meeluister als je je eerste meisje belde. Maar er was tenminste een telefoon. Ik had zat vrienden zonder.

Voor 1940 hadden gewone mensen zelden een telefoon. Toen mijn vader in 1925 carrière maakte was hij de eerste in de familie die zich een telefoon veroorloofde. Hij was de enige, wat hij er precies mee deed is me niet duidelijk. Communicatie ging per briefje, dat had iets moois. Een voor mij belangrijk briefje is bewaard gebleven. Het is geschreven in 1921, bijna 100 jaar geleden. Eigenlijk zou ik dit verhaaltje volgend jaar moeten schrijven. Maar nu ik eenmaal begonnen ben…



Dat P.S. is zo prachtig. “Duidt het niet ten kwade..”


14 februari was op een zondag. Ies was ruim op tijd met zijn invitatie. Wat zal hij die 2 dagen zenuwachtig zijn geweest. Ik stel me voor dat het die woensdag ijskoud was en dat hij al een half uur van te voren op die tramhalte stond te rillen. Zou ze komen? Jennie kwam, in 1923 zijn Ies en Jenny getrouwd. Dat had nog best wat voeten in de aarde want er was standverschil. Ies kwam uit een arbeidersgezin uit de Lepelstraat, een straatje net achter theater Carré. Jennie heette in werkelijkheid Rachel. Als kind had ze al laten weten voortaan als Jennie door het leven te gaan. Ze was  de dochter van Levie van Zweden uit de deftige Plantagebuurt. Het paar verhuisde naar een mooi huis vlak bij het strand in Scheveningen. Daar werd in 1927 mijn broer Lou geboren. Daar bleef het bij tot juni 1940. Toen kwam ik. Het was een beetje onhandige tijd om geboren te worden.

De Ramp in 1943 maakte dat ik Ies en Jennie nooit heb gekend. Toch praat ik in gedachten vaak even met hen. Die tramhalte op het Weesperplein is er nog steeds, ik kom er vaak langs. Vandaag ook. Vandaar dit verhaal.




07/01/2020



Ian is de weg kwijt

Historicus Ian Buruma is een geleerde en een  groot schrijver. Iedereen kent hem of - dat is iets anders - hoort hem te kennen. Of iedereen ook zijn boeken heeft gelezen is de vraag. Zelf heb ik wel eens wat van Buruma gelezen maar eerlijk gezegd kan ik me niet meer herinneren wat precies. Eén boek van Buruma staat in mijn boekenkast. Dat is  1945 Biografie van een Jaar. Het gaat over de onmiddellijke nasleep van de oorlog, in Europa, Amerika, Azië en de Sovjet-Unie. Het is een meesterlijk boek. Misschien vind ik dat vooral omdat ik als jongetje van vijf jaar een stukje van die tijd heb meegemaakt. Hoe dan ook, ik verslond het.

Van de week publiceerde Buruma een stuk in de NRC waar ik moeite mee heb. Maar wie ben ik om kritiek te hebben op zo’n groot schrijver? Ik doe het toch, tenslotte schrijft Buruma over mij. Dat wil zeggen, natuurijk niet over mij persoonlijk maar over zaken die me na aan het hart liggen. Joden, Israel en antisemitisme. En ausgerechnet in de NRC (waar anders?), over het gegeven dat kritiek op Israel nog geen antisemitisme is. Uiteraard is dat een open deur. Nergens is zo veel kritiek op Israel als in Israel zelf. Met reden!

Dat het artikel tegen president Trump geschreven is zal me een zorg zijn, dat is nu eenmaal mode in Nederland. Ik heb niks met Trump, met zijn hartstochtelijke supporters nog minder.  Waar het me om gaat is Buruma’s kritiek op zijn wijze beslissing om subsidie af te nemen van universiteiten waar niets tegen antisemitisme wordt gedaan.  Wat is daar in hemelsnaam op tegen? Weet Buruma dan niet dat Joodse studenten op Amerikaanse universiteiten hun leven niet zeker zijn? Dat Israëlische gastdocenten het lesgeven onmogelijk wordt gemaakt en dat zelfs uitgesproken Netanyahu-kritische Israëlische kunstenaars geboycot worden?

‘Ja maar,’ zegt Buruma (quote), ‘sommigen vinden dat Joden geen recht hebben op hun eigen land. Misschien.’ (unquote) Dat misschien, dat doet het hem. Dat is - excusez mon French - gelul. Wie het bestaansrecht van de staat Israel ontkent is een antisemiet. Punt. Uit. Buruma zegt meer: “Maar niet alle Joden vereenzelvigen zich met Israël. Sommigen hebben er zelfs een uitgesproken hekel aan.” Welja, de Joden die een hekel aan Israel hebben zijn de Satmer Charedim. Die laten zich ook graag fotograferen naast de Iraanse ayatollahs. Je zou ook kunnen zeggen dat sommige Joden lid waren van de NSB.

En dan filosofeert Buruma uitgebreid over de vraag Mi Yehudi, Wie is Jood? Die vraag is zo oud als het Jodendom zelf, daar wordt nu al ruim 3000 jaar zonder resultaat over gefilosofeerd. De professor heeft het over de halacha, de Joodse moeder, de Joodse vader, het liberale Jodendom en (hoe haal je het in je hoofd) hij haalt de Neurenberger Wetten erbij. Hij komt er niet uit. Kunsjt, hij zou de eerste zijn die er wel uitkwam. 

“Extreem antizionisme is een plaag maar dergelijke opinies moeten worden geduld, zolang zij niet gepaard gaan met geweld,’ schrijft Buruma. Vrijheid van meningsuiting voor alles. Natuurlijk, dat is ook zo. Maar helaas gaat hij voorbij aan het feit dat extreem antizionisme altijd leidt tot geweld. Juist in de laatste maand overstromen de media van nieuws over grof geweld tegen Joden. Antisemitisme is weer heel gewoon. Maar Buruma vindt kritiek op Trump belangrijker.

03/01/2020



November 2019 - December 2019


De Appel valt


           
           


In 2011, vrij kort na het Demjanjuk-proces maakte regisseur Rinske Bosch in opdracht van de Joodse Omroep een serie films over hoe opvolgende generaties in Joodse gezinnen met elkaar leven. Een van de zes films ging over mijn dochter Vivian, mijn kleindochter Noa en mezelf. Al eerder maakte de Wereldomroep een film van de reis die Noa en ik maakten naar Polen, op zoek naar de sporen van Demjanjuk. Van die film is op Youtube een stukje van drie minuten te zien. Maar tot mijn verwondering en vreugde staat de Appel valt, de familie Fransman nog onve


De familie Fransman gemist? Start met kijken op NPO Start