Moos Oliemans

 
Voor je het weet slokt Twitter al je tijd op. Zo veel meningen, zo veel commentaar, al die linkjes. Inmiddels is het medium mijn belangrijkste nieuwsvoorziening. Aan het lezen van krant of weekblad, laat staan een boek, kom ik nauwelijks meer toe. Daarom beperk ik mezelf tot maximaal 125 mensen om te volgen. Maar daar lees ik dan ook iedere tweet van.


Wie ik volg verandert nogal eens. Maar Moos Oliemans volg ik altijd. Van hem komt zelden commentaar op wat een ander schrijft. Moos deelt met zijn volgers deelt iets dat veel waardevoller is dan het dagelijks gebeuren. Maar wat hij precies deelt laat zich moeilijk omschrijven. Ik probeer het toch. Zijn tweets geven me het gevoel dat we in een mooie wereld leven. Hij tweet bijzondere schilderijen waar ik nog nooit van heb gehoord. Of vooroorlogse foto’s of reclame uit voorbije tijden. Soms verrast hij ons met een pornografische tekening uit de 18de eeuw. Kortom, Moos deelt kunst. Maar belangrijker, zijn tweets maken altijd nieuwsgierig. Je klikt zijn foto’s groot op, je wilt iets meer weten. Makkelijk zat, Moos doet er het juiste linkje bij. Moos’ tweets maken blij. Mij in ieder geval. 


Ik werd nieuwsgierig naar de man die iedere dag zijn kijk op kunst en kennis met ons deelt. Dat schreef ik hem en we spraken af elkaar eens te ontmoeten. Vanmiddag in een cafétje op de Spiegelgracht spraken we elkaar.


Ik ontmoette een vrolijke man uit Tiel. De naam Moos Oliemans is verzonnen. ‘Ze zeggen dat ik er Joods uitzie, dus gebruik ik ook maar een joodse naam.’ Ja, hij had wel ergens een Joodse overgrootvader. Een Sefardi uit Portugal, daar gedwongen bekeerd tot katholiek. Zoals de meeste onder dwang bekeerden desondanks honds behandeld en in de 17de eeuw naar het gastvrije Holland gevlucht. Maar eenmaal in Holland toch katholiek gebleven. Moos haalde zijn schouders op, hij deed er niks meer aan.


Vertegenwoordiger in sterke drank was hij geweest. Het vak leerde hij in Frankrijk. Later nam hij de groothandel over van zijn vader. ‘Maar daar zat geen brood meer in.’ Nu deed hij iets anders.


Ik vertelde hem waarom ik zijn tweets zo interessant vond. Hij wuifde het weg. ‘Ach, dat zijn maar plaatjes die ik verzamel en in een archief stop. Meningen zijn er al genoeg, de mijne hoef er niet zo nodig aan toe te voegen. Ik rommel wat op internet, ga eens naar een museum, maak zelf wel eens een fotootje en dat post ik dan. Vaak met een linkje erbij, dan hebben de mensen er nog wat aan.’


Nou, Ik heb er zeker wat aan. Ik verheug me op zijn tweets. Soms amusant, soms gewoon mooi en altijd verrassend.


Ik check Twitter even. Terwijl ik dit schrijf heeft Moosj alweer 12 tweets gepost. Een boekomslag van Elschot’s Kaas, Simone de Beauvoir in 1948, een kantoorgebouw in Heerlen, Jimmy Hendrix in 1967, MS de Nieuw Amsterdam in 1957, een facsimile brief  van Vincent van Gogh en een foto van Groningen uit 1930.


Die man is onuitputtelijk. @moosoliemans heeft 1982 volgers. U doet uzelf te kort als u daar niet een van bent.