Jiddish

 


‘Attenooie,’ zegt mijn golfmaat Joop na het slaan van een mooie bal die, helaas voor hem, van de fairway af stuitert en in het water belandt. Ik moet lachen want een beetje Schadenfreude is me niet vreemd. Ik vraag het hem niet maar ik weet zeker dat hij denkt dat attenooie een typisch Amsterdams woord is. Later in het clubhuis vertel ik hem dat dat woord komt van het Hebreeuwse Adonai. Joop is niet Joods, wel koosjer. Ik vertel hem over al die Amsterdamse woorden die oorspronkelijk uit het Hebreeuws en Jiddisch komen. De meeste van de lezers van dit stukje kunnen de voorbeelden dromen: Mokum-makom, jajum-jajien (wijn), majum-majiem (water), joetje-joed (tien), ponem-panim (gezicht), enzovoorts.


Toch is er in Amsterdam – laat staan in de rest van Nederland – nog maar weinig  Jiddisch te horen. Logisch natuurlijk, om helaas maar al te bekende redenen. Maar ik neem aan dat het Jiddisch dat de mensen die woonden in de typisch Amsterdamse Joodse buurten van voor de oorlog al niets meer te maken had met de echte Jiddische taal van Oost Europa.  Eeuwen emancipatie hadden het vooroorlogse spraakgebruik geheel veranderd.




In bepaalde buurten van Jeruzalem wordt nog wel Jiddisch gesproken. Als ik daar ben, ga ik soms een bagel eten in Mea Sharim en probeer met iemand in gesprek te komen. Ik spreek de taal niet maar wel behoorlijk Duits. Een enkele keer lukt dat maar verder dan ‘mooi weer vandaag,’ komt het niet. Ten eerste omdat ik toch moeite heb de man (altijd een man uiteraard) te verstaan maar ook omdat onze werelden te ver uit elkaar liggen.


In Nederland hebben we honderden accenten en dialecten maar over het algemeen spreken Nederlandse Joden gewoon ABN. Gelukkig maar. Ik kon best lachen om de soms nogal flauwe moppen van Max Tailleur. Maar van zijn manier waarop hij sprak kreeg ik de kriebels. Dat was toen. Als nu iemand op een overdreven Jiddische manier spreekt voel ik me meer dan ongemakkelijk. En als niet-Joden proberen om grappig te zijn en Tailleur nadoen proef ik onvervalste risjes. Toch herkennen Joden elkaar vaak aan het taalgebruik. Het is moeilijk om precies aan te geven hoe dat komt. Misschien een bepaalde manier om iets te vertellen, de kleine stembuiging, een enkel Jiddisch woord of alleen maar de intonatie.


Amerikaanse Joden, en dan vooral in de staten waar ze goed vertegenwoordigd zijn, hebben een eigen taal ontwikkeld: het Yinglish. Het zijn niet eens de woorden die Yinglish onnavolgbaar maken. Veel meer is het de toon of een (niet bestaand) rijmwoord. Schoonmoeder: “soon you’ll have a baby!” “Baby? Schmaby!” Met andere woorden vergeet het maar!  Nog een voorbeeld. Verkoper in een winkel wil klant overtuigen. “Sir, this is a super sale!” De klant is niet onder de indruk: “Supersale? You mean super schmale!” Dat betekent niets maar iedereen voelt aan wat het betekent. Soms is het een totaal onverwachte grap die verraadt dat de maker niet anders dan Joods kan zijn. Zoals Barbra Streisand die in een recent interview werd gevraagd waaraan ze dacht toen ze haar nieuwste song opnam. “Waaraan ik dacht? Aan chocola, nou goed?” Op Netflix is momenteel de serie The Kominsky Method te zien met in de hoofdrollen Michael Douglas en Alan Arkin. Het gaat over de beslommeringen van twee oudere Joodse mannen in Zuid Californië. In de eerste van de acht korte afleveringen komt geen enkele toespeling op het Joods zijn van de twee mannen voor. Toch, zelfs als je niet kijkt en alleen maar de dialoog hoort, weet je vanaf de eerste minuut dat het hier om Joodse mannen gaat. Met hun hebbelijkheden maar zeker ook met hun onhebbelijkheden. Ik heb enorm gelachen om hoe ze beiden hun niet geringe problemen met typisch Amerikaans-Jiddische humor te lijf gaan. Aanrader!


Terug naar eigen land. Van veel Jiddische woorden die uit het Hebreeuws komen is makkelijk te herleiden waar ze vandaan komen. Ik hoef niets uit te leggen bij mazzel, gabber en bajes. Bij sommige woorden en uitdrukkingen is dat een stuk moeilijker al is het vaak wel logisch. In Amsterdam heet honderd gulden/euro sinds mensenheugenis een meier. Komt van mea, honderd in het Hebreeuws. “Daar ga je,” hoor je af en toe bij een drankje. Met enig denkwerk kom je op een verbastering van lechaim. Logisch toch? En soms is het totaal onbegrijpelijk. Wanneer iemand niet wist wat hij aan moest trekken werd in mijn familie gezegd dat het dan maar een sjema met één mouw moest zijn. Huh? Sjema is te begrijpen, het is het begin van het belangrijkste gebed in het Jodendom. Sjema Jisraeel, Hoor O Israël! Maar met een mouw? En waarom maar één? Om in stijl te blijven, wat is dat voor mesjoggaas? Ik wou dat ik het wist. Misschien weet iemand die dit leest het wel. Die moet het me dan bij gelegenheid maar eens vertellen. En verdient eeuwige dank.  Of in het Yiddish: fardint eybik dankbarkeyt.




13/12/2018