R O B  F R A N S M A N                      
 

De 100 meest Joodse gerechten


In de loop van mijn digitale leven ben ik op heel wat nieuwsbrieven geabonneerd. Op allerhande gebied, het kan van alles zijn. Ik neem een greep uit de mailbox van vandaag. Ik krijg een advies op financieel gebied, ik word
op de hoogte gehouden over de plaatselijke politiek, er wordt mij verzocht iets te doneren voor het park in de buurt dat door vrijwilligers onderhouden wordt, de kranten die ik sowieso lees sturen alvast een nieuwsbrief, enzovoorts. Bijna alles wordt ongelezen gedeletet. Ik krijg ook heel veel nieuwsbrieven uit Joodse en/of Israëlische bron. Om de waarheid te zeggen, die lees ik, behalve belangrijk Israëlisch nieuws, ook nooit. Op één uitzondering na. Dat is het Amerikaans-Joodse Tablet Magazine. Die is altijd interessant want ik lees graag over kunst en kunstenaars, de US-opinie over de Israëlische politiek en allerhand (Amerikaans) Joods en Jiddisch leven. De website die iedere dag wordt aangevuld met interessante artikelen kan natuurlijk niet zonder financiële ondersteuning. Dus krijg ik ook regelmatig een mailtje of ik iets wil doneren en krijg ik reclame. Die gooi ik steevast weg, maar soms is er iets bij dat wel mijn aandacht trekt. Zoals vandaag:

“The 100 Most Jewish Foods heads to Toronto”

Huh? Wat zijn in hemelsnaam de 100 meest Joodse gerechten? En zijn het er wel 100? En waarom gaan ze naar het Canadese Toronto? En hoe? Worden ze ingevlogen? Blijven ze dan wel warm? Is er een foodfestival daar? 


Lees verder


Jiddish

‘Attenooie,’ zegt mijn golfmaat Joop na het slaan van een mooie bal die, helaas voor hem, van de fairway af stuitert en in het water belandt. Ik moet lachen want een beetje Schadenfreude is me niet vreemd. Ik vraag het hem niet maar ik weet zeker dat hij denkt dat attenooie een typisch Amsterdams woord is. Later in het clubhuis vertel ik hem dat dat woord komt van het Hebreeuwse Adonai. Joop is niet Joods, wel koosjer. Ik vertel hem over al die Amsterdamse woorden die oorspronkelijk uit het Hebreeuws en Jiddisch komen. De meeste van de lezers van dit stukje kunnen de voorbeelden dromen: Mokum-makom, jajum-jajien (wijn), majum-majiem (water), joetje-joed (tien), ponem-panim (gezicht), enzovoorts.




Lees verder



Deutsche Democratische Republik


1984 ging mijn bedrijfje over de kop. Ik had drie kinderen, geen baan en geen idee wat ik met de rest van mijn leven ging doen. Ik was werkeloos, straatarm en hartstikke depressief. Kortom, ik had een midlifecrisis van jewelste, al kende niemand nog dat woord. We noemden het toen gewoon wat het was: een rottijd. Daarom kwam dat telefoontje van Alan, een vroegere vriend uit Londen als een geschenk uit de hemel. ‘Ik sprak toch vloeiend Duits? Had ik wat te doen? Wilde ik Chinese textiel verkopen in het communistische Oost Duitsland, de toenmalige DDR?’ Mijn antwoord was drie keer enthousiast ja. Natuurlijk wilde ik dat. Er was slechts één probleempje. Ik had geen zaak, geen kantoor en geen rooie cent. Bovendien geen idee hoe ik het moest aanpakken. Alan wist het ook niet zo precies. ‘Ik heb alleen een telefoonnummer en de naam van de directeur van een inkoopkantoor daar.’ ‘Probeer een afspraak met hem te maken. Als je dat lukt krijg je verdere instructies uit Hong Kong.’  ‘Maar wat moet ik voor verhaal houden, wat is dat voor bedrijf in Hong Kong?’ ‘Zeg maar Merchant Brokers Services Limited,’ antwoordde hij. Ooit waren Alan en ik van plan om samen een bedrijfje te beginnen. Nadat we die tongbreker van een naam hadden bedacht en maar vast visitekaartjes lieten drukken was het er nooit van gekomen. Maar die kaartjes had ik nog. Merchant Brokers Services Limited stond erop. En Rob Fransman, managing director. Managing director van niks


Lees verder

 

Mail






Twitter