R O B  F R A N S M A N                      
 
 

Café-vrienden




Louis en Maurits zijn vrienden. Echte vrienden, hoewel we nooit bij elkaar thuis komen. Onze vrouwen kennen elkaar niet eens..


Twitter, dat eigenaardige medium, is onze grootste gemene deler. Voor wie selecteert is Twitter een nieuwsbron van onschatbare waarde. Voor mijzelf is het zo goed als onmisbaar. De maximum lengte van 140 tekens dwingt de tweeter tot kort en bondig formuleren. Je tweet een commentaartje op wat iemand anders schrijft, je probeert een beetje geestig te zijn, iemand anders schrijft daar weer een commentaar op, je bent het geheel met elkaar eens of oneens en voor je het weet heb je een privé-conversatie. “Laten we elkaar eens ontmoeten,” schrijf je op een gegeven moment. Zo leerden ik Louis en Maurits kennen. Drie oude Joodse mannen die min of meer hetzelfde denken hoewel we het lang niet altijd met elkaar eens zijn.


We spreken meestal af in een typisch Amsterdams café waar een blind paard geen schade kan doen. Maar waar de broodjes lekker zijn en de Amsterdamse parels die bedienen, lief.  “Hé jongens, wat kan ik voor jullie betekenen?’ ‘Koffie graag en voor mij met een zoetje erbij en een glas water, straks bedenken we wel wat we willen eten.’

‘Komt in orde moppie!’ Dat sfeertje ongeveer.  Met zijn drieën bespreken we van alles.  Het gaat natuurlijk over Ajax en dat we de teloorgang van ons cluppie maar bedroevend vinden, al gaan we voor geen goud meer naar de Arena. De reden is natuurlijk het Joduhh, Joduhh geblèr van het tuig op de zogenaamde sfeertribunes. Daar wil een normaal mens niet eens in de buurt komen.


En dan komt het gesprek op de politiek. Over de nogal bedorven politieke sfeer in Nederland en in heel Europa. Dat we het niet fijn vinden met al die Oost Europese landen bij de EU. We praten over Denk en over Wilders. Alle drie bekennen we eerlijk dat we best wel eens denken met wat die blonde volksmenner ook zegt. En natuurlijk zeggen we er tegelijk bij dat we nooit op hem zullen stemmen. Onvermijdelijk komt het weer oplevende antisemitisme aan de beurt. Over het zogenaamde antizionisme waarvan men ons wil wijsmaken dat het niets, maar dan ook helemaal niets, met Jodenhaat te maken heeft. Alsof Joden en zionisme en liefde voor de staat Israël niet onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. We maken er maar wrange grapjes over. ‘Zouden we in dit café kunnen onderduiken?” vraagt Maurits. ‘Ja, lach maar,’ bromt Louis.  Ik zeg dat het allemaal best meevalt. Natuurlijk is het antisemitisme terug, als het al ooit is weggeweest. En natuurlijk, voor risjes heb ik net zoals alle Joden, een speciaal zintuig. Maar persoonlijk heb ik in al mijn 76 jaar maar één keer echt antisemitisme meegemaakt. Niet van een moslim of geborneerde rechtse idioot maar van een alom gerespecteerde oogarts uit Aalsmeer. Mijn gabbers weten dat ik op scholen door het hele land mijn Shoah-verhaal vertel. Natuurlijk ook aan Moslim-leerlingen en dat ik altijd voorbereid ben op onaangename reacties. Maar dat ik in de vier jaar dat ik dat doe nog nooit iets naars heb meegemaakt. Nee, ook niet in Amsterdam-West. Het verhaal dat op scholen met veel moslimleerlingen niet over de Holocaust gesproken kan worden is maar zeer gedeeltelijk waar.


‘Toch heb ik een akelig interbellum gevoel,’ merk Louis op, doelend op de periode tussen de WO1 en WOII. ‘Zoveel onvrede, zoveel haat, zo veel paralellen met de Dertiger Jaren!’ ‘Zoveel antisemitische Marokkanen en Turken,’ valt Maurits hem bij. We praten na over het vorig jaar uitgezonden De Kanarie In De Kolenmijn, waarin Hanneke Groenteman tot haar verbazing merkte dat antisemitisme echt bestaat.  Wij vinden dat het aan de linkse kaasstolp ligt dat ze nu het maken van een tv-programma nodig had om daar achter te komen.


Toch ben ik het niet met mijn vrienden eens.  Ik denk aan de aardige moslimmeisjes bij de apotheek, de welbespraakte Marokkaanse verkoper bij de elektronica winkel, de vaak zeer intelligente vragen die ik tijdens mijn schoolpraatjes krijg van moslimleerlingen.

“Misschien moet ik wel op Wilders stemmen,” zegt Louis.  Maurits zegt dat hij daar ook over nadenkt. “Lekker democratisch,” antwoord ik,  “die geblondeerde maniak wil niet eens dat zijn partij leden krijgt. Aan me nooit niet dat ik op een partij stem die geen leden wil en alleen een führer kent.”  We komen er niet uit. Hoeft ook niet, niemand verwacht dat wij in de kroeg even de wereldproblemen oplossen. We drinken nog een drankje en nemen afscheid.


In de auto op weg naar huis denk ik nog even na over ons gesprek. En bedenk dat het best lekker is om zo af en toe eens grondig te mopperen. Maar dat we ons ook heel wel realiseren dat we in Holland op de kers van de slagroom van de taart leven. En dat – hoe slecht verdeeld ook – iedereen hier mee-eet van die taart. En dan weet ik ook waarom dat interbellumgevoel van mijn vriend Louis onzin is. Misschien is het nu wel een zorgelijke tijd maar die lijkt in de verste verte niet op het verschrikkelijke van toen. Het gore antisemitisme van 1933 werd bevorderd en toegejuicht door de regering van een bevriend land. De Europese  regeringsleiders keken ernaar en deden helemaal niks. Ook nu bestaat antisemitisme, dat is zeker. Maar we hebben de vrijheid om dat te bestrijden en alle partijen helpen ons daarbij. Dan laat ik dat partijtje van die griezelige Turken maar even buiten beschouwing.  Hoe we ook mopperen en ontevreden zijn, bijna al onze politici zijn integer. Bovendien hebben we de staat Israël, onze levensverzekering.

Dat is een geruststellende gedachte.


14 maart 2017




Klein toneelstukje Plaats van handeling: urinoir van cafe Wildschut


Ik sta te plassen. Er komt een man naast me staan, type gezellige Amsterdammer, jaar of 45.


Man: hè, dat lucht op, maar zonde is het wel, wijn van 4,50 verdwijnt zo maar in de riolering


Lees verder


Vier redenen waarom ik tegen stem


Volgens velen is het verdrag met Oekraïne een onbetekenende handelsovereenkomst.  Zal best, maar ik maak van de gelegenheid gebruik om het fascisme in dat land aan de kaak te stellen en stem tegen. Om vier redenen:


Lees verder....


Om niet

Va
n de week werd bekend dat Mathijs van Nieuwkerk en zijn DWDD-ploeg dat rare koningslied plugden uit de goedheid van hun hart. Uit Oranjeliefde zeg maar. Ze deden het niet voor geld, echt niet, heus niet.


De maker van het lied is niet betaald, de zangers kregen geen cent en toch kostte het liedje 550.000 Euro.  Lees verder


Nummer 7215 heeft pech


De vluchtelingen blijven in Europa en er zullen er meer komen. Veel meer. En dan nog meer. Spreken we nu nog over honderdduizenden, volgend jaar spreken we over miljoenen. Het Europa zoals wij dat kennen zal daardoor ingrijpend veranderen. Is dat erg? Ik denk het wel, maar weten doe ik het niet. Wie weet nu nog iets zeker?


Lees meer....


Moos Oliemans

Voor je het weet slokt Twitter al je tijd op. Zo veel meningen, zo veel commentaar, al die linkjes. Inmiddels is het medium mijn belangrijkste nieuwsvoorziening. Aan het lezen van krant of weekblad, laat staan een boek, kom ik nauwelijks meer toe. Daarom beperk ik mezelf tot maximaal 125 mensen om te volgen. Maar daar lees ik dan ook iedere tweet van.


Lees meer